-
Aan het eind van de laatste (beurs)dag van het jaar 2004
begin ik de analyse vanzelfsprekend met de maandgrafiek, ik wil me
namelijk een lange termijn beeld vormen en daar leent deze grafiek zich
het beste voor. De index heeft tot september 2000 een stijgende trend
gekend, daarna kwamen de problemen. In eerste instantie wist de markt de
daling die op het hoogtepunt volgde bij punt 2 op te vangen. Dat lag ter
hoogte van punt 1 en het patroon van hogere bodems dat tot dan toe de
markt kenmerkte werd niet gebroken, dit betekende theoretisch dat de
markt de stijging nog kon hervatten. In april 2002 vormde zich bij punt
3 echter een lagere top, een ernstig teken van onraad daar het de eerste
keer in lange tijd was dat een stijging niet resulteerde in een hogere
top. De daaropvolgende daling naar punt 4 bracht ons onder het niveau
van punt 2 waardoor ook een lagere bodem ontstond en de pret definitief
over was. Een oude wet binnen de technische analyse wil dat een steun na
doorbraak weerstand wordt, het niveau van punt 2 vormt dus sindsdien een
obstakel. Dit vloeit voort uit menselijk gedrag, beleggers die met een
verliesgevende positie zitten kiezen vaak eieren voor hun geld op het
moment dat zij kans zien met een beperkt verlies uit te stappen. Boven
punt 5 zijn we dicht bij deze weerstand geweest, maar we hebben het nog
niet doorbroken. Het spreekt voor zich dat het voor de beurs een goede
zaak zou zijn als dat alsnog zou gebeuren, maar een slecht teken als het
niet zou lukken.
-
Dit is in feite de theorie achter het hoofd-
en schouders patroon zoals we dat in de grafiek aangegeven met de
letters S, H en S zien. Er is geen noodzaak om ingewikkeld te doen, je
kunt het gewoon terugbrengen naar een verstoord stijgingspatroon met een
lagere top gevolgd door een lagere bodem en een steun die weerstand
wordt. We noemen die weerstand dan de neklijn, het hoogste punt het
hoofd en de toppen links en rechts van dat hoofd de schouders. Welke
naam je het beestje ook geeft, het gaat om de weerstand die de lijn B
ons biedt. Komen we daar niet boven dan kunnen we de daling hervatten.
Bovendien zullen we de komende jaren moeten voorkomen dat er opnieuw een
lagere top ontstaat, eigenlijk moeten we dus doorstomen tot boven de top
bij punt 3, zo simpel is het.
-
De beurs heeft deze maand de mogelijkheid tot een
stijging open gehouden door naar boven uit te breken uit het kanaal nn'
waarin we het hele jaar gevangen zaten. We hebben hierdoor de kans om op
te rukken naar de lijn B rond 380, waarbij we eerst de laatste top op
366 zullen moeten zien te passeren. Dat we de stap naar lijn B maken is
essentieel voor de verbetering van het lange termijn beeld, alleen dan
kunnen we een poging wagen deze lijn te breken en de vorming van een
lagere top onder punt 3 proberen te voorkomen. Vanuit het lange termijn
perspectief bezien is de beweging van deze maand dus bemoedigend, maar
ook niet meer dan dat. Er staat ons nog veel te doen vooraleer het beeld
positief wordt.
-
Lukt het ons niet de lijn B te breken dan staat ons een
vervolg van de daling te wachten, al was het alleen maar vanwege het
feit dat we dan een volgende stap maken in het proces van lagere toppen
en dalen. Dat proces is kenmerkend voor een neergaande markt. Het hoofd-
en schouders patroon maakt het ons mogelijk een koersdoel te bepalen, er
volgt na een daling onder een neklijn namelijk meestal een daling ter
grootte van het hoofd. Ik heb een groene stippellijn langs het hoofd
getrokken en een stippellijn van gelijke lengte onder de neklijn
geplaatst. De onderkant van die stippellijn is dan het koersdoel, een
AEX van 60 punten. Dit is dus het risico dat we de komende jaren lopen
als we niet boven de lijn B rond 380 weten te komen. Het is een
rampscenario.
-
Gelukkig heeft de index zich dus in de maand december
tegen de daling teweer gesteld, het komt er volgend jaar op aan de
beweging naar boven voort te zetten. De magenta lijnen in de grafiek
zijn de Fibonacci
lijnen. Het is in het verleden gebleken dat correcties vaak 38,2%, 50%
of 61,8% van de voorgaande beweging bedragen, dat is proefondervindelijk
gebleken. Tot op heden zijn we voorbij het 23,6% niveau gekomen en zou
een voortzetting naar op zijn minst het 38,2% niveau rond 405 technisch
mogelijk zijn. De theorieën botsen op dit punt echter met elkaar, ofwel
het hoofd- en schouders patroon zal zijn waarde moeten verliezen door
een stijging boven lijn B of de Fibonacci methode zal het af moeten
leggen tegen de weerstand van de neklijn.

-
De weekgrafiek waarin iedere candle één week
koersverloop voorstelt geeft ons de mogelijkheid nader naar het
koersverloop van de afgelopen tijd te kijken. U ziet dat we na de
opwaartse uitbraak uit het kanaal nn' een stijgend kanaal rr' hebben
gevormd. We hebben zolang we binnen dit kanaal zijn of er naar boven
uitbreken de mogelijkheid om naar de neklijn B te gaan.
-
Ook in deze grafiek heb ik Fibonacci lijnen geplaatst,
maar dan over de daling 366-307. We zijn vorige week voorbij het
61,8% niveau gekomen en dat maakt een voortzetting naar 366 mogelijk. U
ziet dat we dus ook vanuit dit oogpunt de kans hebben om daadwerkelijk
in de richting van de neklijn B te gaan.
-
Hierbij doet zich wel een probleem voor, binnen het
kanaal rr' is namelijk de stijgende
wig xr' gevormd. Een stijgende wig vormt meestal een voorbode voor
een daling en van die daling was het vandaag al bijna gekomen doordat we
onder lijn x zijn. Hoewel de Fibonacci lijnen in de weekgrafiek dus een
stijging aangeven is dat niet zonder meer vanzelfsprekend. Ook als de
index nog naar boven naar lijn r' zou gaan bestaat de mogelijkheid dat
we weer naar beneden gaan om dan alsnog onder de lijn x te komen.
-
De laatste 7 beursdagen kennen we eigenlijk alleen een
zijwaartse beweging, zoals we ook in de uurgrafiek kunnen zien.
-
We zullen die zijwaartse beweging om moeten zetten in
een stijging boven 348,7 willen we überhaupt naar de lijn r' in de
daggrafiek kunnen gaan. Lukt dat niet en komen we onder 346,4 dan
blijven we onder de lijn x in die grafiek waardoor we ons in de richting
van lijn r, de onderkant van het kanaal rr', kunnen gaan begeven. Er
ligt in dat geval op diverse punten mogelijke steun, dat zijn alle
stippellijnen in deze grafiek.
-
Aan het slot van deze analyse vinden we de meest
gedetailleerde grafiek, namelijk die waarin elke candle 15min
koersverloop vertegenwoordigt. De laatste candle trekt direct de
aandacht. Het gaat om de slotveiling
die is ingesteld om eenzijdige beïnvloeding van de index door grote
orders die op het laatste moment komen -manipulatie- tegen te gaan. Vijf
minuten voor het slot van de markt wordt de handel stilgelegd en worden
gedurende 5 minuten orders verzameld die in de slotveiling worden
verwerkt. De theorie is dat er dan meer orders tegenover elkaar staan en
de kans op manipulatie dan het kleinst is. U ziet aan de laatste candle
dat dit systeem niet werkt. De index werd in de slotveiling nog even
omhoog gezet, waarschijnlijk om de index nog net over de grens van 10
punten winst voor het jaar heen te tillen, namelijk naar 10,43 punten.
Het is een cosmetisch verschil, maar de marktpartijen in de slotveiling
vonden het kennelijk nodig, een beetje zielig is dat wel. Het bracht de
eindstand van het jaar op 348,08.
-
Het bracht ons tevens boven het 61,8% Fibonacci
niveau van de voorgaande daling 348,65-346,42 en dat maakt maandag een
vervolg naar de weerstand op 348,7 mogelijk. Dit soort korte termijn
ontwikkelingen hebben na een weekend overigens niet zoveel waarde meer.
Resumerend:
De stijging in de laatste maand van dit jaar heeft in de maandgrafiek de
poort naar boven geopend en dat is geen overbodige luxe. Slagen we er het
komend jaar namelijk niet in om boven 380 te komen dan staat ons een
voortzetting van de daling te wachten die ons volgens het hoofd- en
schouders patroon in de toekomst op een AEX van 60 punten zou kunnen
brengen. De stijging van december maakt het ons mogelijk naar 380 te gaan,
al is het slechts een eerste bescheiden stap in die richting. Het risico
bestaat dat het herstel in december slechts een tijdelijk herstel was,
gebaseerd op het gezamenlijk belang van grote marktpartijen het jaar zo goed
mogelijk af te sluiten teneinde de aandelenmarkt in het nieuwe jaar zo
aantrekkelijk mogelijk te kunnen positioneren. De maand januari zal ons
leren of dat het geval is. De opwaartse uitbraak uit het kanaal nn' in de
maandgrafiek en het feit dat we in de weekgrafiek het 61,8% Fibonacci niveau
gepasseerd zijn maken een stijging in ieder geval technisch mogelijk.
Tegelijkertijd hebben we in de daggrafiek echter te maken met een stijgende
wig die ofwel meteen ofwel nadat we stijgen naar lijn r' tot een daling kan
leiden. Zo'n daling zou ons naar de onderkant van het kanaal rr' in de
daggrafiek kunnen brengen en mogelijk zelfs lager. Een daling in januari zou
namelijk betekenen dat de stijging in december inderdaad een valstrik is
geweest. Deze analyse geeft dus geen uitsluitsel over de lange termijn
ontwikkeling, uitsluitsel is er pas als we boven 380 of onder lijn r rond
335 komen. Zolang we onder 380 zijn kan ik echter in geen geval optimistisch
worden, ook al doet de markt nog zo zijn best. Voor de korte termijn zijn
twee grenzen van belang, namelijk 348,7 en 346,4. Slagen we erin boven 348,7
uit te stijgen dan gaan we naar lijn r' rond 356 alwaar we gaan kijken wat
de beurs daar aan de bovenkant van de stijgende wig xr' gaat doen. Dalen we
onder 346,4 dan blijven we onder de lijn x waardoor we in de richting van
335 kunnen gaan, onderweg ligt er dan wel op diverse punten in de uurgrafiek
potentiële steun waardoor we de vinger aan de pols moeten houden. De
belangrijkste mogelijke steun is daarbij de blauwe stippellijn op 345,9 in
de daggrafiek.
En dan nog
dit....
Bij
het
analyseren van grafieken ga je voorbij aan economische factoren, je
beoordeelt slechts de koersontwikkelingen. De onderliggende veronderstelling
is dat alle gegevens verwerkt zijn in de koersen en dat het bestuderen van
grafieken dus volstaat. Voor mij is dat echter nogal onbevredigend, ik ben
ook geïnteresseerd in de beweegredenen van de markt en daarom treft u hier
naast mijn grafische analyses ook regelmatig fundamentele analyses aan.
Het
einde van het jaar leent zich prima voor zo'n fundamentele analyse. De
gesprekken over de verwachtingen voor volgend jaar worden met name
gedomineerd door de onevenwichtigheden in de Amerikaanse economie. Men heeft
die economie de afgelopen jaren sterk gestimuleerd door het verlagen van
belastingen en het verhogen van de uitgaven, dat laatste voornamelijk ten
behoeve van de oorlog in Irak. Dit heeft in de VS gezorgd voor een krachtige
economische groei waarvan ook wij middels onze export profiteren. De
Europese economie kent nauwelijks groei, deze ondersteuning is dus meer dan
welkom.
De
Amerikaanse groei gaat echter gepaard met enorme tekorten op zowel de
betalingsbalans als de handelsbalans en met een
staatsschuld die op recordhoogte staat. De economie van de Verenigde Staten draait voor een
belangrijk deel op uit het buitenland geleend geld, daar komt het in feite
op neer. Amerika leeft op de pof. Eens komt het moment dat men in de VS het stimulerend beleid zal
moeten stoppen, je kunt de enorme tekorten niet blijvend op laten lopen. Is de Amerikaanse economie inmiddels
voldoende aangeslingerd om op eigen kracht te blijven groeien is dan de
vraag. Dat is van belang omdat Europa noch Azië op korte termijn in staat
lijken de rol van aanjager van de wereldeconomie over te nemen.
Er
zijn nogal wat factoren die de Amerikaanse groei bij wegvallende stimuleringsmaatregelen kunnen belemmeren. Ik denk in de eerste
plaats aan de olieprijs. Hoewel die op dit moment lijkt te stabiliseren ziet
het er naar uit dat de prijs op een hoog niveau zal blijven, er zijn zelfs
marketwatchers die de prijs voor een vat olie weer verder op zien lopen.
Hoewel het op dit moment rustig is zijn de politieke onevenwichtigheden
tussen de VS en de Arabische wereld die een belangrijke factor vormen bij de
totstandkoming van de olieprijs bepaald niet uit de wereld. Je moet stilte
in dit verband niet verwarren met groeiende vriendschap, die stilte is
bedrieglijk. Verder is de situatie in Irak nog altijd niet onder controle en
moeten er daar verkiezingen worden gehouden, ook dat is een onzekere factor. Dan
is er ook nog een groep olie-experts verenigd in de Association
for the Study of Peak Oil and Gas (ASPO) die zegt dat de
wereldolievoorraad veel te hoog wordt ingeschat. Hoewel zij onderwerp zijn
van veel kritiek geeft hun mening wel te denken. Een hogere olieprijs houdt
automatisch het ontstaan van inflatie in en het beperkt de economische groei.
Onderschat
wordt de invloed van de voortdurende stijging van de overige
grondstoffenprijzen, je hoort daar maar weinig over. Niet alleen de olie is duurder geworden, maar ook
metalen als aluminium en koper zijn het afgelopen jaar fors opgelopen.
Staalbedrijven profiteren van de hogere staalprijzen, maar de afnemers
worden voor hogere lasten geplaatst. Producenten zullen de hogere
grondstoffenprijzen natuurlijk proberen door te berekenen, maar het de vraag
of de markt -met name die in Europa- deze prijsverhogingen kan dragen. Goud en zilver stijgen eveneens voortdurend in waarde, een
slecht teken omdat deze metalen gezien worden als vluchthaven in onzekere tijden.
De
voortdurende verzwakking van de dollar is een ander punt van zorg. Hoewel
dit in eerste instantie profijtelijk lijkt te zijn voor het Amerikaanse
bedrijfsleven zijn er voor de VS ook nadelen aan verbonden. Het grote nadeel
is dat de rente er door op zal lopen, wil het buitenland de VS van dollars
voorzien dan zal men daar een hogere rente voor gaan eisen. De FED zou dan
gedwongen zijn de rente sneller te verhogen om niet teveel uit de pas te
lopen met de werkelijke marktrente. Een hogere rente zet een rem op de groei
van de economie. Dat is in een groeiende economie geen punt, maar het is wel
een probleem voor een kunstmatig tot groei gebrachte economie. De
Amerikaanse consument is net als de staat een recordbedrag aan leningen
aangegaan, een verhoging van de rente zal hard aankomen. Er is ook een
verband tussen olieprijs en dollar. Olieproducerende landen zullen een
hogere prijs in dollars bedingen als de dollar verder zakt, zij willen de
koopkracht beschermen. Dan is er nog Europa, de zwakke dollar is voor dit
continent sowieso een groot probleem omdat het de export remt en dat is nu
net de motor waar we onze beperkte groei aan danken. Ik kijk met
nieuwsgierigheid uit naar de volgende kwartaalcijfers van bedrijven met
grote belangen in of inkomsten uit de VS. De ECB is daarentegen
blij met de dure euro. We hebben namelijk een te hoge inflatie en een
duurdere euro zorgt voor hogere importprijzen waardoor die inflatie afneemt.
Inflatie of geldontwaarding zorgt ervoor dat de consument meer moet betalen
voor zijn aankopen, een afnemende inflatie vergroot dus de bestedingsruimte
voor de consument en dat is weer goed voor de economie.
Economen
becijferen voor de komende jaren zowel voor de VS als voor Europa een lichte
vergroting van de economische groei. De
bedrijfswinsten trekken aan, voornamelijk gestuurd door
kostenbesparingsprogramma's. Worden die aantrekkende winsten geherinvesteerd
dan kan dat het vliegwiel van de economie ondanks bovengenoemde
onevenwichtigheden draaiend houden, zo is de mening van velen. Het
consumentenvertrouwen in de VS is groot, dat is een andere factor die velen
optimistisch stemt. In ons land is het vertrouwen door de bezuinigingen van
het kabinet niet groot, maar de groei van onze economie wordt veel meer
gestuurd vanuit het buitenland dan door binnenlandse bestedingen en ik zie
dat dus niet als bedreiging.
Laten
we maar hopen dat de economen het bij het juiste eind hebben, niemand is
gebaat bij een afzwakking van de economische groei. Het betekent echter niet
dat we de ogen moeten sluiten voor de risico's die ons bedreigen, we kunnen
op fundamentele gronden niet zonder meer uit gaan van een verbetering van de
economie en de bijbehorende groei van de aandelenmarkt. Er zijn een aantal
positieve punten, maar de onzekerheden zijn groot, zo groot dat ik niet kan
overzien hoe de bovengenoemde punten uit gaan werken. Mijn fundamentele analyse geeft dus -net
als mijn technische analyse- geen uitsluitsel. We zullen het van dag tot dag, van week tot week en van maand
tot maand moeten volgen in de hoop een duidelijker beeld te krijgen en ik
hoop dat u dat met mij op deze site zult doen. Rest me u en de uwen een
fijne jaarwisseling en een goed 2005 te wensen dat u brengt waar u op
hoopt. -Ad Nooten-
PS: Wordt het niet eens
tijd dat wij en andere landen militairen naar de door de tsunami getroffen
landen in Azië sturen? Landmacht, luchtmacht en marine beschikken over mensen
en middelen om deze landen te helpen en hebben getoond snel ingezet te
kunnen worden. Wapens aan de kant, handen uit de
mouwen, laat eens zien dat het westen ook wat anders kan dan landen
bezetten. Alle hulp is geboden.
Naar boven
|